Zadels

Zadels zijn maatwerk, en wel in drievoudig opzicht. U dient te letten op:
- De lichaamslengte van de ruiter, i.v.m. de lengte van het bovenbeen;
- Het lichaamsgewicht van de ruiter (achter het zitvlak van de ruiter een handbreedte over);
- De vorm van de schoft van het paard (twee vingers tussen schoft van het paard en de kamer van het zadel)
Wanneer ligt een zadel goed?
Aan een zadel worden hoge eisen gesteld. Het heeft de moeilijke opgave om ruiter en paard met hun verschillende anatomie te verbinden tot een praktische en werkingsvolle eenheid. Het zadel moet een smalle taille hebben zodat de ruiter zijn benen niet onnodig ver uit elkaar heeft en de knie harmonieus aan het paard kan liggen. De zitcurve moet zo gevormd zijn dat het zadel de ruiter ongehinderd en vrij in de bewegingen van het paard meeneemt, alleen dan is het mogelijk om de verschillende oefeningen optimaal uit te voeren. Het zadel mag het paard niet in zijn bewegingen hinderen. het moet zeker achter de paardenschouder liggen zonder op de gevoelige schoft te drukken. Wanneer het zadel aangesingeld is moet de zadelkop ca. 2,5 cm lager liggen dan de lepel.

